Incontinentiechirurgie

Deze informatie is ontworpen voor vrouwen die een operatie voor stressincontinentie overwegen. We leggen uit wat stressincontinentie is en wat de meest gebruikelijke heelkundige behandelingen zijn. De alternatieve behandelingen worden ook kort vermeld. Welke behandeling uiteindelijk geschikt is, zal je arts met jou bespreken.

transobturatortape-incontinentieingreep

Wat is stressincontinentie?

Stressincontinentie wordt soms ook inspanningsincontinentie genoemd. Het is een vorm van urineverlies tijdens normale dagdagelijkse activiteiten (hoesten, niezen, lachen, sporten, verandering van houding…).

Bij toename van druk in de buik door het aanspannen van de buikspieren (stress) ontstaat urineverlies zonder dat je aandrang voelt. Dit komt omdat de spieren en het steunweefsel die verantwoordelijk zijn voor de ondersteuning van de urinebuis (urethra) verzwakt zijn.

Wat zijn de oorzaken en risicofactoren voor het ontwikkelen van stressincontinentie?

Zwangerschap en bevalling zijn de grootste risicofactoren voor het ontwikkelen van stressincontinentie. Op verschillende manieren veroorzaken de zwangerschap en vooral de bevalling veranderingen aan de bekkenbodem. Op korte, maar vooral op langere termijn zorgen die veranderingen voor inspanningsgebonden urineverlies. De tweede voornaamste risicofactor is overgewicht. Deze oorzaak komt almaar vaker voor omdat steeds meer mensen overgewicht hebben. Daarnaast neemt de kans op verzwakking van de weefsels toe bij het ouder worden.

Lichamelijk zwaar werk (heffen van erg zware lasten), chronische constipatie, uitgesproken gewichtsverlies en veelvuldig hoesten (bijvoorbeeld ten gevolge van roken of longaandoeningen) kunnen de bekkenbodem overbelasten. Er bestaat zeker familiale voorbeschiktheid. Sommige vrouwen hebben een aangeboren zwakte van alle steunweefsels, en daarom meer kans op onder andere stressincontinentie (syndroom van Ehlers-Danlos, syndroom van Marfan…). Deze aandoeningen zijn echter zeldzaam.

Welke onderzoeken zijn nodig?

Meestal kan de arts louter op basis van je klachten en het lichamelijk onderzoek een behandeling starten. In sommige gevallen kan extra onderzoek nodig zijn om een duidelijk zicht te krijgen op het probleem. Zo kan een urineonderzoek gebeuren om een blaasinfectie uit te sluiten. Een urodynamisch onderzoek (onderzoek van de blaasfunctie) kan de arts helpen om een correcte diagnose te stellen. Bij dit onderzoek brengt de arts via de urineleider een dun slangetje (katheter) in de blaas en vult deze met vocht. Terwijl je hoest of uitplast krijgt de arts informatie over de blaasspier, de werking van de bekkenbodem en het soort urineverlies.

Hoe wordt stressincontinentie behandeld?

Wanneer stressincontinentie in het dagelijks leven hinderlijk wordt, kan een behandeling gestart worden. Er bestaat nog geen behandeling die de oorzaak van het probleem aanpakt en het verzwakte weefsel kan herstellen. Elke behandeling richt zich m.a.w. op het verminderen/verdwijnen van de klachten.

Het is belangrijk om te weten dat een behandeling niet dringend is, gezien het niet om een levensbedreigende aandoening gaat.

Een behandeling kan bestaan uit kinesitherapie, medicatie, een vaginale ring of een heelkundige ingreep. Uiteraard dient een blaasinfectie steeds behandeld te worden met antibiotica. Een aanpassing van de levensstijl kan ook noodzakelijk zijn (dieet, stoppen met roken, vochtinname, plaatsen van een tampon…).

Kinesitherapie

Dit is de voorkeursbehandeling bij stressincontinentie! Kinesitherapie kan de bekkenbodemspieren versterken waardoor de klachten volledig of gedeeltelijk verdwijnen. Je kiest best voor een kinesist die gespecialiseerd is in deze problematiek.

Pessarium of vaginale ring

Soms kunnen klachten van inspanningsincontinentie verbeteren bij het dragen van een ring. Een pessarium is een ring uit kunststof waarvan de grootte kan variëren. Het pessarium wordt in de schede geplaatst om de organen die verzakt zijn terug op hun plaats te duwen. Een goed passende ring voelt u niet zitten en hoeft niet noodzakelijk geslachtsgemeenschap te belemmeren.

Patiënten gaan regelmatig (om de 6 tot 12 maanden) op consultatie bij de arts om eventuele klachten (bloedverlies, afscheiding) als gevolg van het pessarium op te lossen.

Of je al dan niet gebaat bent met een vaginale ring zal de arts met jou bespreken.

Operatie (chirurgie)

Wanneer kinesitherapie niet of onvoldoende beterschap van de klachten geeft, kan een ingreep een oplossing zijn. Er bestaan verschillende operaties voor vrouwen met stressincontinentie. Het doel van deze operaties is het afsluitmechanisme van de blaas te verstevigen. Wat de beste operatietechniek is, is niet altijd eenvoudig uit te maken. Dit bespreekt de arts met jou.

Onder ‘operatietechnieken’ vind je een overzicht van de meest gebruikelijke operaties. Misschien zal de arts in jouw geval een andere operatie aanraden. Dit wordt dan uitvoerig besproken op de raadpleging. Deze operaties kunnen ook met andere ingrepen gecombineerd worden (bv. verzakkingoperatie).

Operatietechnieken

De operaties kunnen ingedeeld worden in vaginale operaties en in buikoperaties. Er zijn twee type buikoperaties: sommige operaties kunnen via een laparoscopie (kijkoperatie) uitgevoerd worden, andere via laparotomie (open buikoperatie).

Bij de meeste operaties wordt gebruik gemaakt van een netje (mesh) om de urineleider te ondersteunen. In andere gevallen wordt de urineleider ondersteund door middel van hechtingen.

TVTO

TVTO is de afkorting van Tension-free Vaginal Tape via het foramen Obturatorium. Het is een variant van de TVT-procedure.

Bij de TVTO-operatie krijgt de urinebuis een draagband (mesh) die zonder spanning via de vagina (schede) wordt aangebracht. De mesh gaat via een opening in het heupbeen (foramen obturatorium) naar de liesplooi. De mesh wordt niet vastgehecht maar blijft ter plaatse door vergroeiing met het omliggend weefsel. Er komen twee kleine wondjes in de liesplooien.

Anesthesie

Bij operaties die via de vagina gebeuren, is zowel een ruggenprik (rachi of spinale anesthesie) als algemene verdoving (narcose) mogelijk. De buikoperaties (laparoscopie – laparotomie) gebeuren steeds onder algemene verdoving. Ja kan samen met de anesthesist bespreken voor welke soort verdoving je in aanmerking komt.

Opmerking:

  • Voor de ingreep moet je minstens 8 uur nuchter zijn. Dit betekent dat je niet meer mag eten, drinken of roken. Als je deze maatregel niet respecteert, leidt dit onvermijdelijk tot uitstel van de operatie.
  • Vermeld altijd duidelijk aan welke ziekten je lijdt (bv. suikerziekte, reuma, hoge bloeddruk) en welke medicatie je hiervoor inneemt (bv. insuline, steroïden,  bloedverdunners, aspirine).
  • Bepaalde medicatie (bv. bloedverdunners) moet voor de operatie gestopt of aangepast worden. Dit gebeurt altijd in overleg met je arts. Eventueel dien je tijdelijk andere medicatie in te nemen.
  • Als je allergisch bent aan medicatie (bv. antibiotica, pijnstillers), ontsmettingsmiddelen, latex (rubber) en/of pleisters moet je dit zowel aan de gynaecoloog, de anesthesist als de verpleegkundigen melden.

Wat is de slaagkans van de behandeling?

80-85 % van de patiënten hebben tot vijf jaar na een mesh-operatie geen klachten meer of duidelijk minder klachten dan voor de operatie. Aangezien het een relatief nieuwe procedure is, zijn de langetermijneffecten nog onbekend.

Na een Burch colposuspension heeft 82,5-89,9 % van de vrouwen het eerste jaar na de operatie geen klachten meer. Op lange termijn (na 5 jaar en zelfs na 12 jaar) blijft het resultaat bevredigend.

Opname in het ziekenhuis

Het soort operatie en de snelheid waarmee je opknapt, bepalen de duur van het ziekenhuisverblijf. Dit kan variëren van een dagopname tot een week ziekenhuisopname. De eerste dagen na de operatie krijg je voldoende pijnstilling.

Na de operatie heb je meestal een blaaskatheter. Na het verwijderen van deze katheter wordt gecontroleerd of je voldoende kan plassen en helemaal leegplast. Als dat niet lukt, krijg je opnieuw een katheter of leer je de blaas zelf katheteriseren.

De arts kan na de operatie ook een vaginale tampon inbrengen om kleine bloedingen te stelpen of het herstel tijdens de eerste uren te ondersteunen.

Herstel thuis

Het herstel is afhankelijk van verschillende factoren: je leeftijd, je algemene gezondheidstoestand en het type operatie spelen een rol.

De mesh-operaties zijn iets minder ingrijpend dan de Burch colposuspensie. Daarom verloopt het herstel na een mesh-operatie sneller.

Na de ingreep kunnen een aantal klachten optreden. Meestal kan je de eerste weken na de operatie wat bloedverlies of gelig verlies hebben. Afhankelijk van het type operatie ga je ongeveer drie tot zes weken na de ingreep op controle bij de dokter. Als alles normaal is, mag je je activiteiten geleidelijk terug hernemen.

De meeste artsen geven volgende adviezen:

  • Vermijd teveel persen bij ontlasting. Drink voldoende en blijf in beweging om de stoelgang te bevorderen.
  • Vermijd het heffen van lasten van meer dan 5 kg tot 6 weken na de operatie. Soms wordt nog een langer hefverbod voorgesteld.
  • Wacht met geslachtsgemeenschap tot na je controleonderzoek.
  • Sportieve activiteiten moet je ook uitstellen tot na de controle bij je arts. Het spreekt voor zich dat je bij het heropstarten de inspanningen gedoseerd moet opdrijven. Bespreek deze sportactiviteiten met je arts.
  • De meeste artsen schrijven werkonbekwaamheid voor tot wanneer je op controle bent geweest (gemiddeld drie tot zes weken).

Wat zijn de eventuele nevenwerkingen en verwikkelingen en wat is de kans op herval?

Niet elke ingreep verloopt even gemakkelijk. Ook het genezingsproces verloopt niet altijd even vlot. Sommige problemen zijn jammer genoeg onvoorspelbaar.

Onder nevenwerkingen verstaan we niet-gewenste verschijnselen die het gevolg kunnen zijn van de ingreep, zelfs als die probleemloos verlopen is.

Soms treden tijdens of na de ingreep verwikkelingen (complicaties) op waarvoor bijkomende medische zorg (medicatie en/of heelkundige ingreep) nodig is.

Op termijn kunnen dezelfde klachten opnieuw ontstaan. Dan spreken we van een herval of recidief. Hieronder beschrijven we de meest frequente nevenwerkingen en verwikkelingen.

Blaasontsteking (cystitis)

Dit is het meest voorkomende probleem. Een blaasontsteking kan zich o.a. uiten door pijn en frequent plassen. Bij een bewezen blaasinfectie schrijft de arts antibiotica voor.

Problemen bij het op gang komen van zelfstandig plassen

Vaak hebben vrouwen na de ingreep moeilijkheden om spontaan te plassen of volledig leeg te plassen. Dit wordt “retentie” genoemd en is een tijdelijk probleem. Het probleem kan opgevangen worden door tijdelijk een nieuwe katheter te plaatsen of tijdelijk zelf te katheteriseren.

Vaginale afscheiding

Bloedverlies, afscheiding en irritatie zijn tot enkele weken na de operatie normaal. Raadpleeg een arts bij blijvende last. Andere vaginale klachten worden best verder onderzocht.

Meshcomplicaties

Wanneer lichaamsvreemd materiaal gebruikt wordt zoals een mesh (netje) kunnen specifieke problemen optreden: bloed- of vuilverlies, irritatie of pijn, problemen bij geslachtgemeenschap. Zo kan een gedeelte van het netje vaginaal zichtbaar worden (erosie). Meestal is een behandeling met een hormoon (oestrogeen) crème en een antibioticum voldoende. Soms moet een tweede ingreep uitgevoerd worden om de mesh met vaginaal weefsel te bedekken en/of een deel van het blootgestelde netje te verwijderen.

Meshcomplicaties kunnen al kort na de operatie optreden. De meeste van deze netjes blijven permanent in het lichaam aanwezig, daarom kunnen complicaties even goed op langere termijn ontstaan. Het is nuttig dat je aan je arts vraagt welk specifiek netje hij/zij gebruikt heeft.

Een nieuwe klacht: aandrang en aandrangincontinentie

De eerste dagen en weken na de operatie ontstaat soms een nieuwe klacht: aandrang of aandrangincontinentie (urge/urge-incontinentie). Dit betekent een plotse hevige onhoudbare aandrang om te plassen. Bij sommige vrouwen is deze aandrang zo hevig dat ze het toilet niet tijdig bereiken. Meestal is dit een tijdelijk probleem. Als de klachten blijven bestaan, kan dit meestal met medicatie opgelost worden.

Zeldzame problemen/verwikkelingen

Nabloeding

Als er een hevige bloeding optreedt, moet je onmiddellijk je arts raadplegen!

Letsels van omliggende organen

Bij een verzakkingoperatie wordt in de nabijheid van andere organen gewerkt. Hierdoor kunnen letsels aan deze organen ontstaan. Als die tijdig herkend worden, kunnen ze dadelijk hersteld worden. Als deze letsels niet onmiddellijk herkend worden, kan een tweede ingreep nodig zijn.

Dit is vooral het geval bij het ontstaan van een fistel (= abnormale verbinding tussen blaas of darm met vagina of huid). Zeer zelden kan de verbinding tussen de nier en de blaas afgesloten raken of ontstaan er zenuwletsels.

Flebitis of embolie (=bloedklonters)

Flebitis kan optreden na alle ingrepen die een tijdelijke vermindering van de lichaamsactiviteiten met zich meebrengen. Daarom worden vaak steunkousen voorgeschreven ter bevordering van de bloeddoorstroming. Bovendien krijgen patiënten meestal een bloedverdunner.

Vraag onmiddellijk raad aan je arts (huisarts – gynaecoloog) bij:

  • toenemende pijn (buikpijn, lage rugpijn…) na de operatie ondanks inname van pijnstillers;
  • hevig vaginaal bloedverlies (meer dan tijdens menstruatie);
  • koorts (meer dan 38 °C);
  • blaasontsteking (branderig gevoel of pijn bij het plassen);
  • ongerustheid, klachten na operatie.

Resultaat op lange termijn

Bij deze operatie wordt het onderliggende probleem (zwak of beschadigd weefsel) niet echt opgelost: het wordt hersteld. Een op vijf vrouwen krijgt later opnieuw problemen. Meestal zijn die minder uitgesproken dan voor de operatie. Soms is een tweede operatie noodzakelijk.

Zwangerschap na de ingreep

Om de kans op herval te verkleinen, kies je best pas voor deze operatie als je geen kinderwens meer hebt.

Incontinentiechirurgie

Deze informatie is ontworpen voor vrouwen die een operatie voor stressincontinentie overwegen. We leggen uit wat stressincontinentie is en wat de meest gebruikelijke heelkundige behandelingen zijn. De alternatieve behandelingen worden ook kort vermeld. Welke behandeling uiteindelijk geschikt is, zal je arts met jou bespreken.

transobturatortape-incontinentieingreep

Wat is stressincontinentie?

Stressincontinentie wordt soms ook inspanningsincontinentie genoemd. Het is een vorm van urineverlies tijdens normale dagdagelijkse activiteiten (hoesten, niezen, lachen, sporten, verandering van houding…).

Bij toename van druk in de buik door het aanspannen van de buikspieren (stress) ontstaat urineverlies zonder dat je aandrang voelt. Dit komt omdat de spieren en het steunweefsel die verantwoordelijk zijn voor de ondersteuning van de urinebuis (urethra) verzwakt zijn.

Wat zijn de oorzaken en risicofactoren voor het ontwikkelen van stressincontinentie?

Zwangerschap en bevalling zijn de grootste risicofactoren voor het ontwikkelen van stressincontinentie. Op verschillende manieren veroorzaken de zwangerschap en vooral de bevalling veranderingen aan de bekkenbodem. Op korte, maar vooral op langere termijn zorgen die veranderingen voor inspanningsgebonden urineverlies. De tweede voornaamste risicofactor is overgewicht. Deze oorzaak komt almaar vaker voor omdat steeds meer mensen overgewicht hebben. Daarnaast neemt de kans op verzwakking van de weefsels toe bij het ouder worden.

Lichamelijk zwaar werk (heffen van erg zware lasten), chronische constipatie, uitgesproken gewichtsverlies en veelvuldig hoesten (bijvoorbeeld ten gevolge van roken of longaandoeningen) kunnen de bekkenbodem overbelasten. Er bestaat zeker familiale voorbeschiktheid. Sommige vrouwen hebben een aangeboren zwakte van alle steunweefsels, en daarom meer kans op onder andere stressincontinentie (syndroom van Ehlers-Danlos, syndroom van Marfan…). Deze aandoeningen zijn echter zeldzaam.

Welke onderzoeken zijn nodig?

Meestal kan de arts louter op basis van je klachten en het lichamelijk onderzoek een behandeling starten. In sommige gevallen kan extra onderzoek nodig zijn om een duidelijk zicht te krijgen op het probleem. Zo kan een urineonderzoek gebeuren om een blaasinfectie uit te sluiten. Een urodynamisch onderzoek (onderzoek van de blaasfunctie) kan de arts helpen om een correcte diagnose te stellen. Bij dit onderzoek brengt de arts via de urineleider een dun slangetje (katheter) in de blaas en vult deze met vocht. Terwijl je hoest of uitplast krijgt de arts informatie over de blaasspier, de werking van de bekkenbodem en het soort urineverlies.

Hoe wordt stressincontinentie behandeld?

Wanneer stressincontinentie in het dagelijks leven hinderlijk wordt, kan een behandeling gestart worden. Er bestaat nog geen behandeling die de oorzaak van het probleem aanpakt en het verzwakte weefsel kan herstellen. Elke behandeling richt zich m.a.w. op het verminderen/verdwijnen van de klachten.

Het is belangrijk om te weten dat een behandeling niet dringend is, gezien het niet om een levensbedreigende aandoening gaat.

Een behandeling kan bestaan uit kinesitherapie, medicatie, een vaginale ring of een heelkundige ingreep. Uiteraard dient een blaasinfectie steeds behandeld te worden met antibiotica. Een aanpassing van de levensstijl kan ook noodzakelijk zijn (dieet, stoppen met roken, vochtinname, plaatsen van een tampon…).

Kinesitherapie

Dit is de voorkeursbehandeling bij stressincontinentie! Kinesitherapie kan de bekkenbodemspieren versterken waardoor de klachten volledig of gedeeltelijk verdwijnen. Je kiest best voor een kinesist die gespecialiseerd is in deze problematiek.

Pessarium of vaginale ring

Soms kunnen klachten van inspanningsincontinentie verbeteren bij het dragen van een ring. Een pessarium is een ring uit kunststof waarvan de grootte kan variëren. Het pessarium wordt in de schede geplaatst om de organen die verzakt zijn terug op hun plaats te duwen. Een goed passende ring voelt u niet zitten en hoeft niet noodzakelijk geslachtsgemeenschap te belemmeren.

Patiënten gaan regelmatig (om de 6 tot 12 maanden) op consultatie bij de arts om eventuele klachten (bloedverlies, afscheiding) als gevolg van het pessarium op te lossen.

Of je al dan niet gebaat bent met een vaginale ring zal de arts met jou bespreken.

Operatie (chirurgie)

Wanneer kinesitherapie niet of onvoldoende beterschap van de klachten geeft, kan een ingreep een oplossing zijn. Er bestaan verschillende operaties voor vrouwen met stressincontinentie. Het doel van deze operaties is het afsluitmechanisme van de blaas te verstevigen. Wat de beste operatietechniek is, is niet altijd eenvoudig uit te maken. Dit bespreekt de arts met jou.

Onder ‘operatietechnieken’ vind je een overzicht van de meest gebruikelijke operaties. Misschien zal de arts in jouw geval een andere operatie aanraden. Dit wordt dan uitvoerig besproken op de raadpleging. Deze operaties kunnen ook met andere ingrepen gecombineerd worden (bv. verzakkingoperatie).

Operatietechnieken

De operaties kunnen ingedeeld worden in vaginale operaties en in buikoperaties. Er zijn twee type buikoperaties: sommige operaties kunnen via een laparoscopie (kijkoperatie) uitgevoerd worden, andere via laparotomie (open buikoperatie).

Bij de meeste operaties wordt gebruik gemaakt van een netje (mesh) om de urineleider te ondersteunen. In andere gevallen wordt de urineleider ondersteund door middel van hechtingen.

TVTO

TVTO is de afkorting van Tension-free Vaginal Tape via het foramen Obturatorium. Het is een variant van de TVT-procedure.

Bij de TVTO-operatie krijgt de urinebuis een draagband (mesh) die zonder spanning via de vagina (schede) wordt aangebracht. De mesh gaat via een opening in het heupbeen (foramen obturatorium) naar de liesplooi. De mesh wordt niet vastgehecht maar blijft ter plaatse door vergroeiing met het omliggend weefsel. Er komen twee kleine wondjes in de liesplooien.

Anesthesie

Bij operaties die via de vagina gebeuren, is zowel een ruggenprik (rachi of spinale anesthesie) als algemene verdoving (narcose) mogelijk. De buikoperaties (laparoscopie – laparotomie) gebeuren steeds onder algemene verdoving. Ja kan samen met de anesthesist bespreken voor welke soort verdoving je in aanmerking komt.

Opmerking:

  • Voor de ingreep moet je minstens 8 uur nuchter zijn. Dit betekent dat je niet meer mag eten, drinken of roken. Als je deze maatregel niet respecteert, leidt dit onvermijdelijk tot uitstel van de operatie.
  • Vermeld altijd duidelijk aan welke ziekten je lijdt (bv. suikerziekte, reuma, hoge bloeddruk) en welke medicatie je hiervoor inneemt (bv. insuline, steroïden,  bloedverdunners, aspirine).
  • Bepaalde medicatie (bv. bloedverdunners) moet voor de operatie gestopt of aangepast worden. Dit gebeurt altijd in overleg met je arts. Eventueel dien je tijdelijk andere medicatie in te nemen.
  • Als je allergisch bent aan medicatie (bv. antibiotica, pijnstillers), ontsmettingsmiddelen, latex (rubber) en/of pleisters moet je dit zowel aan de gynaecoloog, de anesthesist als de verpleegkundigen melden.

Wat is de slaagkans van de behandeling?

80-85 % van de patiënten hebben tot vijf jaar na een mesh-operatie geen klachten meer of duidelijk minder klachten dan voor de operatie. Aangezien het een relatief nieuwe procedure is, zijn de langetermijneffecten nog onbekend.

Na een Burch colposuspension heeft 82,5-89,9 % van de vrouwen het eerste jaar na de operatie geen klachten meer. Op lange termijn (na 5 jaar en zelfs na 12 jaar) blijft het resultaat bevredigend.

Opname in het ziekenhuis

Het soort operatie en de snelheid waarmee je opknapt, bepalen de duur van het ziekenhuisverblijf. Dit kan variëren van een dagopname tot een week ziekenhuisopname. De eerste dagen na de operatie krijg je voldoende pijnstilling.

Na de operatie heb je meestal een blaaskatheter. Na het verwijderen van deze katheter wordt gecontroleerd of je voldoende kan plassen en helemaal leegplast. Als dat niet lukt, krijg je opnieuw een katheter of leer je de blaas zelf katheteriseren.

De arts kan na de operatie ook een vaginale tampon inbrengen om kleine bloedingen te stelpen of het herstel tijdens de eerste uren te ondersteunen.

Herstel thuis

Het herstel is afhankelijk van verschillende factoren: je leeftijd, je algemene gezondheidstoestand en het type operatie spelen een rol.

De mesh-operaties zijn iets minder ingrijpend dan de Burch colposuspensie. Daarom verloopt het herstel na een mesh-operatie sneller.

Na de ingreep kunnen een aantal klachten optreden. Meestal kan je de eerste weken na de operatie wat bloedverlies of gelig verlies hebben. Afhankelijk van het type operatie ga je ongeveer drie tot zes weken na de ingreep op controle bij de dokter. Als alles normaal is, mag je je activiteiten geleidelijk terug hernemen.

De meeste artsen geven volgende adviezen:

  • Vermijd teveel persen bij ontlasting. Drink voldoende en blijf in beweging om de stoelgang te bevorderen.
  • Vermijd het heffen van lasten van meer dan 5 kg tot 6 weken na de operatie. Soms wordt nog een langer hefverbod voorgesteld.
  • Wacht met geslachtsgemeenschap tot na je controleonderzoek.
  • Sportieve activiteiten moet je ook uitstellen tot na de controle bij je arts. Het spreekt voor zich dat je bij het heropstarten de inspanningen gedoseerd moet opdrijven. Bespreek deze sportactiviteiten met je arts.
  • De meeste artsen schrijven werkonbekwaamheid voor tot wanneer je op controle bent geweest (gemiddeld drie tot zes weken).

Wat zijn de eventuele nevenwerkingen en verwikkelingen en wat is de kans op herval?

Niet elke ingreep verloopt even gemakkelijk. Ook het genezingsproces verloopt niet altijd even vlot. Sommige problemen zijn jammer genoeg onvoorspelbaar.

Onder nevenwerkingen verstaan we niet-gewenste verschijnselen die het gevolg kunnen zijn van de ingreep, zelfs als die probleemloos verlopen is.

Soms treden tijdens of na de ingreep verwikkelingen (complicaties) op waarvoor bijkomende medische zorg (medicatie en/of heelkundige ingreep) nodig is.

Op termijn kunnen dezelfde klachten opnieuw ontstaan. Dan spreken we van een herval of recidief. Hieronder beschrijven we de meest frequente nevenwerkingen en verwikkelingen.

Blaasontsteking (cystitis)

Dit is het meest voorkomende probleem. Een blaasontsteking kan zich o.a. uiten door pijn en frequent plassen. Bij een bewezen blaasinfectie schrijft de arts antibiotica voor.

Problemen bij het op gang komen van zelfstandig plassen

Vaak hebben vrouwen na de ingreep moeilijkheden om spontaan te plassen of volledig leeg te plassen. Dit wordt “retentie” genoemd en is een tijdelijk probleem. Het probleem kan opgevangen worden door tijdelijk een nieuwe katheter te plaatsen of tijdelijk zelf te katheteriseren.

Vaginale afscheiding

Bloedverlies, afscheiding en irritatie zijn tot enkele weken na de operatie normaal. Raadpleeg een arts bij blijvende last. Andere vaginale klachten worden best verder onderzocht.

Meshcomplicaties

Wanneer lichaamsvreemd materiaal gebruikt wordt zoals een mesh (netje) kunnen specifieke problemen optreden: bloed- of vuilverlies, irritatie of pijn, problemen bij geslachtgemeenschap. Zo kan een gedeelte van het netje vaginaal zichtbaar worden (erosie). Meestal is een behandeling met een hormoon (oestrogeen) crème en een antibioticum voldoende. Soms moet een tweede ingreep uitgevoerd worden om de mesh met vaginaal weefsel te bedekken en/of een deel van het blootgestelde netje te verwijderen.

Meshcomplicaties kunnen al kort na de operatie optreden. De meeste van deze netjes blijven permanent in het lichaam aanwezig, daarom kunnen complicaties even goed op langere termijn ontstaan. Het is nuttig dat je aan je arts vraagt welk specifiek netje hij/zij gebruikt heeft.

Een nieuwe klacht: aandrang en aandrangincontinentie

De eerste dagen en weken na de operatie ontstaat soms een nieuwe klacht: aandrang of aandrangincontinentie (urge/urge-incontinentie). Dit betekent een plotse hevige onhoudbare aandrang om te plassen. Bij sommige vrouwen is deze aandrang zo hevig dat ze het toilet niet tijdig bereiken. Meestal is dit een tijdelijk probleem. Als de klachten blijven bestaan, kan dit meestal met medicatie opgelost worden.

Zeldzame problemen/verwikkelingen

Nabloeding

Als er een hevige bloeding optreedt, moet je onmiddellijk je arts raadplegen!

Letsels van omliggende organen

Bij een verzakkingoperatie wordt in de nabijheid van andere organen gewerkt. Hierdoor kunnen letsels aan deze organen ontstaan. Als die tijdig herkend worden, kunnen ze dadelijk hersteld worden. Als deze letsels niet onmiddellijk herkend worden, kan een tweede ingreep nodig zijn.

Dit is vooral het geval bij het ontstaan van een fistel (= abnormale verbinding tussen blaas of darm met vagina of huid). Zeer zelden kan de verbinding tussen de nier en de blaas afgesloten raken of ontstaan er zenuwletsels.

Flebitis of embolie (=bloedklonters)

Flebitis kan optreden na alle ingrepen die een tijdelijke vermindering van de lichaamsactiviteiten met zich meebrengen. Daarom worden vaak steunkousen voorgeschreven ter bevordering van de bloeddoorstroming. Bovendien krijgen patiënten meestal een bloedverdunner.

Vraag onmiddellijk raad aan je arts (huisarts – gynaecoloog) bij:

  • toenemende pijn (buikpijn, lage rugpijn…) na de operatie ondanks inname van pijnstillers;
  • hevig vaginaal bloedverlies (meer dan tijdens menstruatie);
  • koorts (meer dan 38 °C);
  • blaasontsteking (branderig gevoel of pijn bij het plassen);
  • ongerustheid, klachten na operatie.

Resultaat op lange termijn

Bij deze operatie wordt het onderliggende probleem (zwak of beschadigd weefsel) niet echt opgelost: het wordt hersteld. Een op vijf vrouwen krijgt later opnieuw problemen. Meestal zijn die minder uitgesproken dan voor de operatie. Soms is een tweede operatie noodzakelijk.

Zwangerschap na de ingreep

Om de kans op herval te verkleinen, kies je best pas voor deze operatie als je geen kinderwens meer hebt.

Terug naar boven